Dynamisch begeleiden

Dynamisch begeleiden

In supervisie en coaching Feike van Gorkum
  • ISBN: 9789024417933
  • Paperback
  • 124 blz.
  • 1e druk, 2007
  • € 16,50
Bestel

De auteur wil met zijn boek een bijdrage leveren aan de kwalitatieve ontwikkeling binnen supervisie. Hij gaat in op weerstand en wrijving in de begeleiding en laat zien hoe het mogelijk is om slechte patronen te doorbreken. Ook behandelt de auteur de transparantie van de begeleider en toont hij aan dat de begeleider door transparant te zijn heel dicht bij zichzelf en de lerende kan blijven.

Dit is een boek voor professionals die zich verder willen kwalificeren, zoals supervisoren en coaches.

Inleiding

Thema I
Parallelprocessen in supervisie

1 Inleiding
2 Onderliggende dynamiek van parallelprocessen
2.1 Toegestane en niet toegestane delen
2.2 De relatie tussen het toegestane en het niet toegestane deel
2.3 Relationele houding en onderliggende boodschap
2.4 Relationele patronen in relaties
2.4.1 Roltoewijzing
2.4.2 Projectieve identificatie
3 Parallelprocessen
3.1 Patronen in supervisie
3.2 Patronen en parallelprocessen
3.3 Soorten en vormen van parallelprocessen
3.4 Werken met parallelprocessen
3.4.1 Hantering van relationele patronen in supervisie
3.4.1.1 De techniek van de volledige boodschap
3.4.2 Een ander perspectief op weerstand
3.4.3 Werken met het parallelproces

Thema II
Een psychodynamische visie op het begeleiden van ervaringsleren

1 Inleiding
2 Posities in het begeleide ervaringsleren
3 Deelnemersperspectief en toeschouwersperspectief
4 Gevolgen van de tegengestelde perspectieven voor het begeleide ervaringsleren
4.1 Kijk op het leermateriaal en de gevolgen voor de verhoudingen
4.2 Kijk op het leren en de gevolgen voor de verhoudingen
4.3 Kijk op het begeleiden en de gevolgen voor de verhoudingen
5 Onderliggende psychodynamiek van de lerende en de begeleider
6 Psychodynamiek van de lerende bij ervaringsleren
7 Psychodynamiek bij de begeleider van het ervaringsleren
8 Het overzicht
9 Het totale dynamische veld van het begeleide ervaringsleren
10 De psychische arbeid van de lerende en de ondersteuning van de begeleider
11 Wat vraagt dit alles van de begeleider
12 De psychodynamische visie op begeleiden: een extra dimensie
13 De gevolgen van deze extra dimensie voor het begeleiden van ervaringsleren
14 Tot besluit

Literatuur

Feike van Gorkum

Feike van Gorkum is sociaal-psycholoog en studeerde af in organisatieverandering. Hij is zelfstandig supervisor en leersupervisor en werkt in het post-hbo-onderwijs bij Windesheim in Zwolle.

lees meer

Biblion, 28-1-2008

Een hulpverlener op sociaal-agogisch gebied of een coach heeft soms te maken met wrijving of weerstand van een dient. In dit boekje behandelt de auteur, een sOciaal-psycholoog en docent aan een post-hbo-opleiding, de vraag waar deze wrijving en weerstand vandaan komen en hoe de hulpverlener of coach die kan overwinnen. In het eerste gedeelte van dit boekje wordt in heldere taal ingegaan op relationele basispatronen (bijvoorbeeld macht, hulpbehoevendheid, zelfopoffering) en menselijke behoeften (bijvoorbeeld verbondenheid, autonomie en zelfstandigheid). In dat kader krijgen de zogeheten parallel processen (interactie tussen hulpverlener/coach en dient) uitgebreide aandacht. In het tweede deel van het boekje gaat de schrijver vervolgens in op de vraag op welke wijze de hulpverlener/coach de kwaliteit van die interactie kan verbeteren. Een van de middelen is om transparant en open te zijn over de eigen positie. Het boekje is deels theoretisch en deels ook zeer praktisch. Een nuttige uitgave voor  hulpverleners, coaches en andere personen die een superviserende functie hebben. Mr. P.C. van Schelven



Coachboeken.nl,
Dit boek van bescheiden omvang (121 p) bespreekt de dynamiek in de werkrelatie tussen supervisor en supervisant (coach/coachee) als bron van leerervaringen. Het boek kent delen. Deel I ’Parallelprocessen in supervisie’ beschrijft hoe in de vroege jeugd bij mensen een splitsing ontstaat tussen toegestane en niet toegestane delen van hun persoonlijkheid. Dit proces wordt in gang gezet door de opvoeders, maar uiteindelijk door de persoon verinnerlijkt. Het niet toegestane deel wordt onderdrukt en ontkend maar verdwijnt niet – wat leidt tot een innerlijk conflict tussen wel en niet toegestane delen. Mensen zoeken in relaties voortdurend naar complementaire en bevestigende reacties op hun toegestane zijnswijze, maar tevens verkennen ze alsnog via projectieve identificatie het niet toegestane deel van het ik. Als het niet toegestane deel wordt geprojecteerd op de ander, kan deze meegaan in de roltoewijzing (complementair) of zich ertegen verzetten (symmetrisch). Een innerlijk conflict kan zo uitgroeien tot een interpersoonlijk conflict en reactiepatronen vormen die de leermogelijkheden beperken. Patronen van projectieve identificatie en roltoewijzing manifesteren zich zowel in de werksituatie als (parallel) in de supervisie. De supervisor richt zijn interventies op vrijmaking van niet toegestane delen van de supervisant, opdat die vollediger over zijn potenties kan beschikken. Dit doet hij door de patronen van de supervisant niet te bevestigen maar te confronteren met elementen uit het niet toegestane deel, en door in de supervisierelatie op een open manier te laten zien hoe hij persoonlijk omgaat met niet toegestane delen. Deel II heet ’Een psychodynamische visie op het begeleiden van ervaringsleren’. De supervisant neemt ten opzichte van zijn ervaringen een deelnemersperspectief in, en neigt ertoe de oorzaken van problemen buiten zichzelf te leggen. De supervisor daarentegen heeft een toeschouwersperspectief en is geneigd de oorzaken van problemen bij de supervisant te leggen (externe versus interne attributie). Als de supervisor meegaat met het deelnemersperspectief van de supervisant wordt leren onmogelijk. Als de supervisor het ideaalbeeld van de supervisant bevestigt, is die tevreden maar hij leert niks. Het is nodig de supervisant te confronteren met zijn reële zelf. Dit leren gaat van ’au’ en het zal weerstand opwekken, maar het is de enige weg. De supervisor kan laten zien hoeveel pijn het hem zelf heeft gekost en model staan in het onder ogen zien van het reële zelf. Ik vraag me af of supervisie altijd draait om problemen dan wel probleemgericht moet zijn. Ook vind ik dat het de supervisierelatie hier de exclusieve bron van leerervaringen lijkt en de nadruk meer op interventies van de supervisor ligt dan op acties van de supervisant. Maar de invalshoek van dit boek is zeker de moeite waard, en het kan het interventierepertoire van supervisoren en coaches verdiepen en verrijken. Deze recensie is geschreven door Nel Jagt.