Begeleiden van oudere cliënten met een verstandelijke handicap
Marjan Bleeksma- ISBN: 9789024414642
- Paperback
- 128 blz.
- 1e druk, 2001
- € 16,90
Dit boek behandelt het proces van het ouder worden van, en het omgaan met, bejaarde verstandelijk gehandicapten. In deel 1 wordt eerst het proces van het ouder worden beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op de kwaliteit van het bestaan en zorgplanning.
Tot slot staat de relatie-cliënt begeleider centraal. In deel twee komt eerst het concrete begeleiden van de verstandelijk gehandicapte aan de orde. Daarna worden enkele thema’s behandeld waarin aanzetten voor goed begeleiden uitgewerkt worden; dementie, veranderingen in sociale relaties, veranderingen in woonomgeving en dagbesteding en dood en sterven.
Het boek is geschreven voor mensen die betrokken zijn bij de zorg voor oudere mensen met een verstandelijke handicap. Door de methodische opbouw kan het goed gebruikt worden in opleidingen.
Deel 1 Uitgangspunten
1. Het proces van ouder worden
1.1 De levensloop
1.2 De ontwikkelingstaken van de ouderdom
1.3 Het proces van ouder worden bij verstandelijk gehandicapten
1.4 Drie portretten
2. Kwaliteit van bestaan
2.1 Kwaliteit van bestaan: wat is dat?
2.2 De invloed van de ontwikkelingstaken van de ouderdom op de kwaliteit van bestaan
2.3 Ten slotte
3. Zorgplanning
3.1 Inleiding
3.2 Zorgplanning; heel in het kort
3.3 Zorgplanning; wat levert het op?
3.4 Het opstellen van een perspectief
3.5 Het perspectief voor Cor, voor Dirkje en voor Bertus
4. De zorgverleningsrelatie
4.1 Bouwstenen voor de omgang
4.2 De omgang nader bekeken
4.3 De circulaire interactieketen
Deel 2 Het bevorderen van de kwaliteit van het bestaan bij veelvoorkomende gebeurtenissen
5. Begeleiding bij lichamelijke veranderingen
5.1 Normale lichamelijk veranderingen
5.2 Overgewicht
5.3 Ambulantie
5.4 Incontinentie
5.5 Verminderd gezichtsvermogen
5.6 Gehoorverlies
5.7 Afname van de fijne motoriek
5.8 Vatbaarheid voor ziekten
5.9 Onderzoek in het ziekenhuis
5.10 Ten slotte
6. Dementie
6.1 Waaruit bestaat de verandering feitelijk?
6.2 Dementie van Alzheimer
6.3 Het vaststellen van dementie
6.4 Dementie en de ernst van de verstandelijke handicap
6.5 Welke gevolgen heeft deze verandering voor de cliënt
6.6 Wat kunnen we doen om de kwaliteit van het bestaan op peil te houden?
7. Begeleiding bij veranderingen in sociale relaties
7.1 De verandering nader bekeken
7.2 Wat kunnen we doen om de kwaliteit van het bestaan op peil te houden?
8. Begeleiding bij veranderingen in woonomgeving en dagbesteding
8.1 De verandering in de woonomgeving nader bekeken
8.2 Wat kunnen we doen om de kwaliteit van het bestaan op peil te houden?
8.3 De veranderingen in dagbesteding nader bekeken
8.4 Wat kunnen we doen om de kwailteit van het bestaan op peil te houden?
8.5 Kwaliteit van het bestaan als uitgangspunt bij vragen rond wonen en dagbesteding
9. Sterven
9.1 Als een cliënt stervende is
9.2 Reacties van familie
9.3 Reacties van medebewoners
Literatuur
Veel mensen met een verstandelijke handicap bereiken een hoge leeftijd. Er treden veranderingen op die ingrijpend kunnen zijn voor cliënt en familieleden. Hoe kunnen begeleiders op deze veranderingen inspelen, wat is goede zorg? Wie met dergelijke vragen zit kan veel hebben aan het boek van Marjan Bleeksma. Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel begint met een schets van het proces van ouder worden en van de ontwikkelingstaken waarvoor iedereen, dus ook de mens met een verstandelijke handicap, zich gesteld ziet. Vervolgens worden de uitgangspunten beschreven van waaruit de begeleiding van (oudere) cliënten gestalte kan krijgen. Deze uitgangspunten betreffen de kwaliteit van het bestaan, de zorgplanning en de relatie tussen cliënt en de (professionele) zorgverlener. Deel een levert geen nieuwe inzichten op. Interessant wordt het in deel twee wanneer wordt ingegaan op de veranderingen die zich bij een cliënt(systeem) kunnen voordoen. Telkens wordt de relatie gelegd met de eerder geformuleerde uitgangpsunten waarbij helder naar voren komt hoe de kwaliteit van bestaan door de veranderingen wordt beïnvloed.
Aan de hand van praktijkvoorbeelden wordt getoond wat gedaan kan worden om de kwaliteit van bestaan zo veel mogelijk te behouden: het beperken of bestrijden van de oorzaak of negatieve effecten, compensatie en preventie. Vooral de aandacht die wordt gegeven aan het voorkomen van negatieve effecten valt toe te juichen. In afzonderlijke hoofdstukken wordt ingegaan op de gevolgen van lichamelijke veranderingen, dementie, veranderingen in sociale relaties, in woonomgeving en dagbesteding. Hoewel de veranderingen in aparte hoofdstukken worden besproken wordt duidelijk hoezeer achteruitgang op lichamelijk gebied kan leiden tot achteruitgang op psychosociaal gebied. En dit brengt mij op de belangrijkste tekortkoming van het boek. Juist omdat veranderingen op de verschillende gebieden elkaar zo beïnvloeden, moeten psychosociale, medische, psychiatrische en verpleegkundige aspecten in onderlinge samenwerking worden bekeken. Het belang van een multidisciplinaire benadering wordt te weinig onderkend. Een ander (ondergeschikt) punt van kritiek betreft bepaalde literatuurverwijzingen die niet in de literatuurlijst zijn terug te vinden. De auteur stelt dat zij er niet op uit is om pasklare antwoorden te geven maar dat zij een denkraam wil bieden dat richting geeft aan de begeleiding van oudere cliënten met een verstandelijke handicap. Daarin is zij zeker geslaagd. Door de vele praktijkvoorbeelden is het boek informatief voor mensen die betrokken zijn bij de zorg voor oudere mensen met een verstandelijke handicap, begeleiders en familieleden.
Nieuwsbrief ouderenzorg, Juli 2001
Steeds meer verstandelijk gehandicapten bereiken een hoge leeftijd. Worden zij op een andere manier oud? Dit boek gaat in op de wijze waarop oudere mensen met een verstandelijke handicap kunnen worden begeleid. De auteur Marjan Bleeksma besteedt aandacht aan verschillende soorten gebreken die ouderdom vaak vergezellen en de consequenties daarvan voor de begeleiding van de oudere gehandicapte. Onder meer lichamelijke beperkingen, dementie, veranderingen in sociale relaties, woonomgeving en dagbesteding. Ook het sterven van een cliënt krijgt een apart hoofdstuk.
Echo's, Juli/Augustus 2001
Echo`s uit de gehandicaptenzorg
Basisvaststelling van de auteur is dat naarmate iemands niveau van zelfredzaamheid lager is, hem (vaak wel onbedoeld) meer gelegenheden tot zelfbepaling ontnomen worden. Om het cru te stellen"voor de "goede" gehandicapte is "quality of life"-benadering in al zijn dimensies, voor een oude verstandelijk gehandicapte een fixatie op "het natje en het droogje". Bleeksma wil die inkrimping counteren. Ze doet dit aan de hand van een heldere structuuropbouw, maar naar ons gevoel niet altijd diepgaand genoeg. Soms lijkt het op open deuren intrappen, maar Bleeksma zal hiertegen inbrengen dat die deuren bij nogal wat begeleiders van oudere gehandicapten gewoon dicht zitten. In die zin is het boek te lezen als een uitnodiging tot zelfreflectie: passen we al onze inzichten en methoden ook toe op die doelgroep? In een zorgplanning zouden alleszins doelen moeten beschreven zijn op het gebied van respectievelijk zelfbepaling, fysisch leefklimaat, emotioneel welbevinden, relaties, persoonlijke ontwikkeling en zingeving, materieel welbevinden en maatschappelijke positie. Met betrekking tot de zorgrelatie hamert ze op de bouwstenen respect, ruimte, rationaliteit en realiteit en verwijst ze naar de circulaire interactieketen van onder andere Jacques Heijkoop. In het tweede deel van het boek wordt er op een aantal degeneratieve verschijnselen ingegaan vanuit de vraag hoe we daarbij toch de kwaliteit van bestaan op peil kunnen houden. In een afsluitend hoofdstuk komt het sterven aan bod, je kan er als zorgverlener een draaiboek uit distilleren.
Zorg + Welzijn, Juni 2001
Het proces van ouder worden bij verstandelijk gehandicapten stelt eisen aan de hulpverlening aan deze groep. Dit boek wil een denkraam bieden voor het vormgeven van die begeleiding. Er is daarbij gekozen voor drie invalshoeken. Op de eerste plaats dient de zorgaanbieder een goede kwaliteit van het bestaan van de cliënt na te streven. Hierbij is de beleving van de individuele cliënt steeds het uitgangspunt. Op de tweede plaats wordt in deze publicatie het belang benadrukt van een goede relatie tussen cliënt en begeleider als gereedschap om de kwaliteit van het bestaan van eerstgenoemde te verbeteren. Ten derde komt zorgplanning aan de orde. Het bieden van zorg als professionele bezigheid vereist nu eenmaal een planmatige en reflectieve werkwijze, stelt de auteur. Naast de globale inrichting van de zorg aan de oudere verstandelijk gehandicapte, wordt ook uitgebreid stilgestaan bij specifieke, veelvoorkomende gebeurtenissen in het proces van ouder worden. Zo kunnen lichamelijke kwaaltjes, dementie, een vermindering van sociale vermogens en veranderingen in woonomgeving en dagbesteding enorme invloed hebben op de gesteldheid van de cliënt. Dit boek, geschreven door een orthopedagoge met ruime ervaring in de gehandicaptenzorg, biedt de hulpverlener handvatten voor het handelen in deze concrete situaties.
Nieuwsbrief dagbesteding, Juni 2003
Dit boek bevat informatie over het proces van ouder worden, maar bevat daarnaast een denkraam voor het vormgeven van de begeleiding van oudere cliënten. Het denkraam, dat wordt uitgewerkt in praktijkvoorbeelden, is opgebouw uit de volgende onderdelen 1. kwaliteit van bestaan: de zorgaanbieder streeft naar een goede kwaliteit van het bestaan van de cliënt na; hierbij is de beleving van de individuele cliënt steeds het uitgangspunt. 2. relationele invalshoek; dit betekent dat de relatie tussen de cliënt en begeleider de nadruk krijgt als `gereedschap` om de kwaliteit van het bestaan te verbeteren; 3. zorgplanning: het bieden van zorg als professionele bezigheid vereist een planmatige en reflectieve werkwijze. Het geschetste denkraam doet meer een beroep op het reflectief vermogen van de begeleider dan op het kunnen onthouden en toepassen van een gedetailleerde methodiek. Dit betekent dat het goed bruikbaar is in uiteenlopende praktijksituaties. Deze uitgave is verschenen in de bekende praktische PM-reeks van Uitgeverij Nelissen. Dagbesteding komt niet erg specifiek aan de orde in dit boek. Wel wordt erkend dat het deelnemen aan activiteiten bevorderlijk is voor het welzijn van cliënten. Kort wordt ingegaan op diverse aspecten van dagbesteding in relatie tot ouder worden: duur, inspanning, hulpmiddelen, sfeer, aard van de activiteiten en de locatie. Deze aspecten worden oppervlakkig behandeld en verdienen meer aandacht omdat deze groep cliënten ook binnen de dagbesteding steeds groter wordt.
SPH, Oktober 2001
Een aanzienlijk aantal verstandelijk gehandicapte cliënten heeft een hoge leeftijd bereikt. Dit roept vragen op bij begeleiders, gedragswetenschappers en familieleden. Wat is goede zorg? Zijn de gebruikelijke (praktijk)theoretische denkkaders wel bruikbaar en toereikend? Ook stelt de ouderdom betrokkenen regelmatig voor indringende problemen. Bijvoorbeeld als de zelfstandigheid afneemt, mensen slecht ter been worden en bij dementie. Omdat het denkraam een beroep doet op het reflectief vermogen van de begeleider is het bruikbaar in uiteenlopende praktijksituaties.