Sociale inclusie

Sociale inclusie

Succes- en faalfactoren Hans R. Th. Kröber, Hans J. van Dongen
  • ISBN: 9789024400706
  • Paperback
  • 180 blz.
  • 1e druk, 2011
  • € 24,50
Bestel

Deze titel is geselecteerd voor de jubileumactie Boom Nelissen 90 jaar! Wanneer u deze titel bestelt, ontvangt u gratis Effectief social media gebruiken in 90 minuten ter waarde van € 9,90.

Deze actie loopt tot 1 augustus 2012 en zolang de voorraad strekt. U ontvangt 1 gratis boek per bestelling.


Inclusie is een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van het bestaan en is verbonden met begrippen als maatschappelijke participatie, het onderhouden van relaties en burgerschap. In dat licht laat de maatschappelijke positie van mensen met een verstandelijke beperking nog te wensen over.

Sociale inclusie richt zich op de rol van de zorgorganisaties en hun bijdrage aan inclusie. Vanuit het perspectief van de zorgorganisatie zijn de volgende vragen gesteld:
- In hoeverre werkt de geschiedenis van de zorg belemmerend op inclusie?
- Welke rol spelen overheid, pleitbezorgers en stakeholders ?
- Welke rol spelen de organisatiekenmerken, de medewerkers en de mensen met een verstandelijke beperking die ondersteund worden door een zorgorganisatie ?
- Welke invoeringsstrategie bij de vormgeving van de veranderingen zal het meest adequaat zijn?

Er wordt aandacht gegeven aan de succes- en faalfactoren die een rol spelen bij de vormgeving van inclusie.

Dit boek is gebaseerd op het proefschrift Gehandicaptenzorg, inclusie en organiseren van dr. Hans Kröber, dat de VGN Gehandicaptenzorgprijs 2010, Beste onderzoekspublicatie, heeft gewonnen.

Inleiding 9 
Context 9 
Mensen met een verstandelijke beperking in Europa 9 
Doel van dit boek 14

1 Sociaal-culturele context 15 
Nederland 15
1.1 Geen koploper als het om inclusie gaat 15
1.2 Particulier initiatief, beperkte invloed overheid 15
1.3 Verkokerde structuur en inrichting van de zorg 18
1.4 Veranderende opvattingen 18
1.5 Voor- en tegenstanders 20
1.6 Wet van de remmende voorsprong 21

2 Naar een sociaal model 23 
Definities en begrippen 23
2.1 Mensen met een beperking 23
2.2 Definitie ICIDH 24
2.3 Definitie AAMR 27
2.4 Persoonlijke en omgevingsvariabelen 28
2.5 Prevalentie in Europa 28

3 Kwaliteit van bestaan en inclusie 31 
In en met de samenleving 31
3.1 Kwaliteit van bestaan 31
3.2 Inclusie, een definitie 34
3.3 Organiseren rond kwaliteit van bestaan en inclusie 35
3.4 Instituutsparadigma en ondersteuningsparadigma 37
3.5 Deïnstitutionalisering als voorwaarde voor inclusie 43

4 Naar een interactief dynamisch model 45 
Theorie, operationalisering van factoren 45
4.1 Organisatieverandering 45
4.2 Van rationeel lineair naar interactief dynamisch 46
4.3 Verschillende typen verandering met eigen aanpak 47
4.4 Succes- en faalfactoren in de literatuur 50 
4.4.1 Kenmerken van de sociaal-politieke omgeving 50 
4.4.2 Kenmerken van de organisatie en de medewerkers 51 
4.4.3 Kenmerken van de gebruiker 54
4.4.4 Kenmerken van de vernieuwing en invoerings  strategie 55
4.5 Operationalisering van het conceptueel model 56 
4.5.1 Sociaal-politieke omgeving 58 
4.5.2 Organisatie 60
4.5.3 Medewerkers 62 
4.5.4 Mensen met een verstandelijke beperking 63 
4.5.5 Invoeringsstrategie 65

5 De praktijk in verhalen 67
Portretten en patronen 77
5.1 Acht portretten 77
5.2 Aanvullingen op de interviews 77

6 Bevindingen 81 
Succes- en faalfactoren rond inclusie 81
6.1 Data  81 6.2 Sociaal-politieke omgeving 82
6.3 Organisatie 93
6.4 Medewerkers 102
6.5 Mensen met een beperking 111
6.6 Organisatieveranderingen 125

7 Perspectieven 131 
Verschillende invalshoeken 131
7.1 Het realiseren van inclusie, een weerbarstig proces 131
7.2 Zicht op werkzame bestanddelen 133 
7.2.1 De sociaal-politieke omgeving: proactiviteit draagt  bij aan succes 133 
7.2.2 De zorgorganisatie: complex maar beïnvloedbaar 135 
7.2.3 De medewerkers: werken aan nieuwe  professionaliteit 136 
7.2.4 Mensen met een verstandelijke beperking:  ondersteuning van sociale netwerken 138
7.2.5 De invoeringsstrategie: winnen aan effectiviteit  door zicht op succes- en faalfactoren 139 
7.2.6 Welke bestuurlijke opgaven kunnen worden   geformuleerd? 141
7.3 Wat betekenen de opgedane ervaringen voor de theorie vorming? 144
7.4 Maatschappelijke relevantie 144
7.5 Vervolgonderzoek 145
7.6 In het oog springende issues en concerns 147

Bijlagen
1 Nederlandse organisaties die zich inzetten voor inclusie 153
2 Europese en mondiale belangenorganisaties voor mensen met een beperking 156
3 Verklarende woordenlijst 158

Literatuur  161

Over de auteurs 173

Hans R. Th. Kröber

Hans R. Th. Kröber is gedragswetenschapper en directeur van een instelling die zich richt op de vermaatschappelijking van de dienstverlening aan mensen met een handicap. Hij heeft verscheidene functies uitgeoefend in de dienstverlening aan mensen met een handicap, mensen met een... lees meer

Hans J. van Dongen

Hans J. van Dongen is als zelfstandig communicatie- en beleidsadviseur intensief betrokken bij de veranderingen die plaatsvinden bij organisaties voor dienstverlening aan mensen met een verstandelijke handicap, in de sociale psychiatrie en lichamelijk gehandicapten. Hij is actief op nationaal... lees meer

Zorg + Welzijn, 7 september 2011 (jaargang 17, nummer 9)

In Europa leven meer dan 1,2 miljoen mensen met een verstandelijke beperking in instituten, inclusief kinderen en jongeren. De zorg in deze instituten is vaak van onacceptabele kwaliteit en staat haaks op internationale standaarden voor mensenrechten. `Kwaliteit van bestaan` is onlosmakelijk verbonden met begrippen als deelname aan de samenleving, maatschappelijke participatie, het onderhouden van relaties, burgerschap en inclusie. Dit boek richt zich op de rol van zorgorgansiaties en hun bijdrage aan inclusie. Vanuit het perspectief van de zorg- organisatie zijn de volgende vragen gesteld:
• In hoeverre werkt de geschiedenis van de zorg belemmerend op inclusie?
• Welke rol spelen overheid, pleitbezorgers en stakeholders?
• Welke rol spelen de organisatiekenmerken, de medewerkers en de mensen met een verstandelijke beperking die ondersteund worden door een zorgorgansiatie?
• Welke invoeringsstrategie bij de vormgeving van de veranderingen zal het meest adequaat zijn?

Het boek moet bijdragen aan de verruiming van kennis en inzicht met betrekking tot het verbeteren van de kwaliteit van bestaan van mensen met een verstandelijke beperking, in bijzonder op het domein inclusie. Dat is hard nodig want Nederland is absoluut geen koploper als het om inclusie gaat. In ons land staan mensen met een beperking vaker naast de samenleving dan dat ze er deel van uitmaken.



Biblion, 04-11-2011

Gebaseerd op (inter)nationaal onderzoek en het proefschrift van een van de auteurs (Th. Kröber) richten de schrijvers zich op de rol van zorgorganisaties en hun bijdrage aan maatschappelijke inclusie van mensen met een verstandelijke beperking. Wat zijn bij de vormgeving ervan succes- en faalfactoren? Nederland loopt met zijn `apartheidsbeleid` achter op de ontwikkelingen in de Angelsaksische landen en Scandinavië. De auteurs bepleiten een sociaal model, waarbij de mens met een beperking als burger via inclusie zijn kwaliteit van bestaan verkrijgt. Het instituutsparadigma maakt in dit interactieve en dynamische model nadrukkelijk plaats voor het ondersteuningsparadigma met de daaraan verbonden natuurlijke netwerken. De auteurs werken het model verder uit naar de dagelijkse praktijk (met voorbeelden) van de sociaal-politieke omgeving. Uitdagend, actueel en inspirerend met betrekking tot de positie van mensen met een beperking. Gericht op een beperkt publiek, zoals beleidsmakers van instellingen, overheden en adviesorganen. Bevat diverse tabellen, figuren, bijlagen en een literatuurlijst.

Recensent: G. Brandorff



Sociale Psychiatrie, Augustus 2011

Nederland is een samenleving waarin sprake is van segregatie en marginalisering van een groep mensen met een verstandelijke beperking. Het instituutsdenken, waarin "het zorgen voor" op de voorgrond staat waardoor professionals niet werken aan "zorgen dat" mensen met een beperking meedoen, heeft een achterstand t.a.v. inclusie. Voeg daarbij een niet flexibel aanbod, verkokering en een geringe invloed van pleitbezorgers en het wordt duidelijk dat er nog geen sprake is van inclusie waarbij mensen met een verstandelijke beperking deelnemen aan een gevarieerde samenleving. Uit onderzoek van De Klerk blijkt dat er in Nederland 103.000 mensen met een verstandelijke beperking leven, waarvan 53.000 met een ernstige beperking. Kröber en van Dongen hebben onderzoek gedaan naar de rol van zorgorganisaties en hun bijdrage aan inclusie. Het boek is gebaseerd op het proefschrift "Gehandicaptenzorg, inclusie en organiseren" van Hans Kröber, dat in 2010 de VGN Gehandicaptenzorgprijs kreeg als beste onderzoekspublicatie.


De auteurs tonen aan dat de institutionalisering tot sociale uitsluiting leidt en dat deïnstitutionalisering moet leiden tot ondersteuning in de samenleving en dat het niet moet leiden tot nieuwe, kleine instituten. Wanneer inclusie bevorderd wil worden, werkt het wanneer mensen met een verstandelijke beperking vooral ondersteuning krijgen (niet overnemen of bepalen voor hen, maar vanuit henzelf, waarbij het instituuts- en organisatieparadigma plaats maken voor de logica van de leefwereld van mensen met een beperking), wanneer de mensen goed geïnformeerd zijn over mogelijkheden in de samenleving, voldoende inkomen hebben, een kwalitatief goed netwerk hebben en werk/ vrije tijd in een open setting kunnen doorbrengen. Vervolgens gaan de auteurs in op de verwezenlijking van de inclusie en wat er op alle niveaus van de samenleving moet gebeuren wil inclusie werkelijkheid worden. Het blijft een weerbarstige praktijk, maar het boek geeft volop informatie en behulpzame handvatten waarbij faalfactoren vermeden en succesfactoren gestimuleerd kunnen worden. Naast de theoretische beschouwingen, hebben de auteurs ook vele mensen met een verstandelijke beperking, hun begeleiders en bestuurders gesproken. Ze zetten hun bevindingen af tegen de huidige tendens in de samenleving, waardoor meteen duidelijk wordt in hoeverre inclusie mogelijk is. Een proces van vallen en opstaan, maar met een duidelijke koers en een visie die inclusie mogelijk moet maken. Hans Kröber heeft zich al jarenlang gemanifesteerd als de Detlef Petry voor mensen met een verstandelijke beperking en samen met Hans van Dongen heeft hij zijn inspirerende ideeën op idealistische wijze naar voren gebracht.