De Atomiumorganisatie

De Atomiumorganisatie

´Wie piramides bouwt..... krijgt mummies´ Eric Koenen
  • ISBN: 9789024400669
  • Paperback
  • 154 blz.
  • 1e druk, 2011
  • € 24,50
Bestel

De Atomiumorganisatie is geen structuur, maar een visie, een aanzet tot een andere, metaforische wijze van denken over organiseren. Deze biedt een alternatief voor de nog alom aanwezige piramidale organisatie die haar langste tijd heeft gehad en innovatie ernstig belemmert.

Piramides zijn niet meer bestand tegen de uitdagingen waarvoor deze tijd ons stelt. Hyperconcurrentie, de generatie Einstein, veranderende gezagsverhoudingen, diversiteit, de economie van ‘het genoeg’ en vele andere ontwikkelingen vragen om een nieuwe visie op organisaties. Ook Het Nieuwe Werken biedt die visie niet.

Zoals in zijn eerdere boeken zoekt Eric Koenen niet naar de snelle oplossingen. Hij onderzoekt de hedendaagse dilemma’s in leiderschap en hecht daarbij meer waarde aan de fundamentele vragen dan aan snelle antwoorden. In deze zoektocht naar een vernieuwende visie op organiseren in de 21e eeuw laat hij zich daarom niet alleen inspireren door actuele bedrijfskundige en gedragswetenschappelijke inzichten maar ook door de denkers Sloterdijk en Sennett.

Dit boek nodigt uit tot het stellen van ‘verder brengende vragen’ aan uzelf en aan uw omgeving.

Na De kunst van leiderschap in tijden van verandering en De winst van verschil (met prof. dr. Christien Brinkgreve) is De Atomiumorganisatie wederom een zeer toegankelijk boek met een inspirerende innovatieve visie op leiderschap en het inrichten van organisaties.

In de media
Vrijdag 15 juli 2011: Interview Goede Zaken (Amsterdam FM)

Inhoud 7

Dankwoord 11

Inleiding 13

1 Atomiumdenken 17
Hardnekkig gezang 17
‘Wie piramides bouwt ... krijgt mummies’ 19
Grafrover Kerviel 21
Aan de hand van mijn vader 21
Vitruvius en de menselijke maat 22
Bauhaus: hoe kun je een machine begrijpen …? 23
Directiekamers van glas 24
Stilstaan … en kijken … voordat we weer doorgaan 26
Metaforische bellen en bollen 28
Macrosferen, steunkousen of aandacht? 31
Bellen worden tot schuim 31
Der Lauf der Dinge 32
Organisatie of organiserend systeem? 32
Een organisatie is een organiserend systeem 36
De Vitruviusman 37

2 Kijk uit de ramen van het Atomium 41
De bovenste bol 41
Skinners duiven 42
Pijltjes gooiende chimpansee 43
De wereld om ons heen: enkele waarnemingen 44
Er is een andere verhouding met ‘tijd’ ontstaan 44
Versnelling, tijdgebrek en keuzestress leiden tot uitputting 44
Alles kan, als je maar wilt? 45
Er ontstaat meer en meer ‘flow’ in communicatie en uitwisseling 45
Locatie wordt gekoppeld aan informatie 46
Communities kunnen groter zijn dan landen 46
Energieopwekking steeds meer gedecentraliseerd 46
Klanten zijn continu bereikbaar 47
De mobiele telefoon is een informatiecentrum 47
De revolutie in medische technologie gaat razendsnel 47
Vrouwen zijn de markt 48
3D neemt een vlucht 48
Europees versus lokaal 48
Ondernemerschap floreert 49
Er ontstaat hyperconcurrentie 49
Ondernemingen treden buiten hun oevers 50
Wederzijds gebruik van netwerken voor het snel uitrollen van nieuwe
business neemt toe 50
Herstellende financiële sector en Europese aanbestedingsregelgeving belemmeren
innovatie en jagen ondernemend talent weg 50
Time to Market: prioriteiten stellen terwijl de klok tikt 51
Innovatieve ideeën ontstaan meer en meer in cocreatie 52
Frugal innovation komt op, de creativiteit wordt uitgedaagd door de
beperking 52
Economie is weer een morele wetenschap geworden 53
De economie van het genoeg 54
De seriële volgorde van leren, werken en pensioen wordt parallel 55
Van market-led naar socially-led 55
Merken lossen plotseling op of verspreiden zich binnen een paar dagen
over de wereld 56
De werkplek gaat drastisch veranderen … Yammer 56
‘Gezag’ krijgt een ander gezicht 57
Generatie Einstein rukt op 58
Een liquide omgeving dwingt tot een sterke identiteit 59

3 Piramide en Atomium: metaforen voor een dualiteit 63
Piramidaal denken zit in de dieptestructuur 64
Het dilemma van de beul 66
De tango verbindt in de beweging de tegenstellingen 66
De waarheid ligt zelden in het midden 67
Corporate culture en waarden versus een cultuur van ‘hoe wil dit team nu
zélf werken?’ 67
Wantrouwen versus vertrouwen 68
Salaris met bonus versus salaris zonder bonus 73
Creativiteit en chaos versus objectieve rationaliteit en structuur 75
Complexiteit versus eenvoud 76
Angst versus verlangen 77
Mannelijke strategie versus vrouwelijke strategie 78
Voorgangers en opvolgers deugen niet versus voorgangers en opvolgers hebben
hun betekenis 79
Zwijgen versus spreken 80
Competentieprofielen versus talentontwikkeling 80
Vergaderen versus de dialoog 82
Linkshoofdig versus rechtshoofdig 83
Complexiteit versus eenvoud 83
Het weten versus het (nog) niet weten 84
Managementplanning versus natuurlijk leiderschap 85
Lean & mean versus lean, agile & not so mean 85
Horizontale versus verticale relaties 86
De dilemma’s van de nieuwe generatie 87
Leegte versus ruimte 87
Kantooruren versus resultaten 87
Ervaring versus prestatie 88
Wat wil je níét versus wat zou je wíllen 88
Zwart versus wit van piramide en Atomium 88

4 Leiderschap en teams in het Atomium 97
Leiderschap in het Atomium 97
Fantoompijn en de lange schroevendraaier 97
De ridder at in de keuken 98
Giftig leiderschap 99
De dirigent komt niet opdagen … 101

5 Atomiumteams ... of is een goed gezelschap voldoende? 107
Er staan 22 bv’s op het veld …! 107
Samen een IQ van 80 108
Een team altijd beter? Het kan zijn, maar reken er niet op 111
Misverstanden over teams 113
In het Atomium hebben elke bol en elke buis minstens één functionele
lastpak 114
Condities voor topteams 116

6 Ongekamde gedachten over innovatie in het Atomium 123
Bedrijfsinnovatie naar een nieuw dieptepunt 123
Een ontmoeting met Frits Philips: een les voor het leven 125
Anders kijken: innovatie in marktgericht denken 126
Sociale innovatie: ongebonden mensen binden 127
Innoverend organiseren: het marktgerichte ziekenhuis als Atomium 128
‘They forgot the obvious …’: een gesprek met Tom Peters 131
I like mad men 132
They smell it 133
This is the age of talent 133
MBA is nothing 133
Benchmark, I hate it, but if you do … Keep your eye on the right one 134
Cost cutting is baloney 134
We forgot the obvious 134

7 Het fundament van de Atomiumorganisatie 137
Het beperkende antwoord versus de verder brengende vraag 137

Epiloog 143
Voorwaarts stuntelen 143
‘Tweede keus’ voorstellen 144

Literatuur 149

Eric Koenen

Eric Koenen studeerde sociale wetenschappen en bedrijfskunde, is oprichter en partner van de Doorwerthgroep en medeoprichter en partner van The Diversity Company. Hiervoor was hij tien jaar lid van de Executive Board van Cofely waar hij, naast lijnverantwoordelijkheid, strategische... lees meer

Tijdschrift voor Ontwikkeling in Organisaties, nr. 4, 2011

‘Wie piramides bouwt… krijgt mummies’ is de ondertitel van dit boek. Die piramides bevinden zich overal om ons heen. Soms zichtbaar in gebouwen, organisatiemodellen of organisatieschema’s, maar meestal als versteend paradigma in de hoofden van mensen. Koenen plaatst het beeld vanhet Brusselse Atomium naast dat van de piramides vanuit het vermoeden dat een Atomiumorganisatie een betere context is voor het benutten van talenten en kansen in de markt. Daarbij pleit hij er vooral voor het verleden te blijven benutten. Er zijn, zo stelt hij, organisatievernieuwers die ervoor pleiten om in je denken een Control-Alt-Delete uit te voeren op de complete architectuur van de huidige organisatie. Maar dan verdwijnt het kind met het badwater; want er zijn immers ook veel positieve krachten die een organisatie hebben gebracht tot waar zij nu is.

De piramide en het Atomium zijn metaforen voor een dualiteit, aldus Koenen. Zoals angst versus verlangen. De verbeelding van een verlangen helpt om richting en energie te geven. Als de angsten groter zijn dan de verlangens, gaat er geen millimeter beweging ontstaan in een mens en zeker niet in een organisatie. Angst is een krachtige emotie. Een ander dilemma: chaos versus structuur. Innovatie wordt gestimuleerd door een goede balans tussen chaos en structuur. Bedrijvendie succesvol zijn in innovatie, bieden enerzijds vrijheid en anderzijds discipline en heldere regels. In Atomiumtermen: veel vrijheid in de bollen, structuur en discipline in de verbindingen. Zo passeren vele dilemma’s de revue, inclusief de dilemma’s van de nieuwe generatie. In het hoofdstuk over leiderschap mooie voorbeelden over nieuw leiderschap, zoals het orkest zonder dirigent. Jezelf een vraag stellen en dan die vraag aan een ander stellen. Zo begint vernieuwing in organisaties, aldus Koenen. Waarom doe ik wat ik doe? Waarom doen we de dingen die we doen?
Het zijn vragen bij de patronen die ontstaan in de sferen die we zelf hebben gecreëerd. Daarom moet je die vragen ook stellen in het systeem zelf. Veel leiders zijn op zoek naar die antwoorden, en te vaak zoeken ze die te ver weg.

Een prachtig en inspirerend boek voor iedereen die zich bezighoudt met verandering in organisaties met veel voorbeelden en prachtige metaforen. Mijn absolute favoriet is het verhaal over de ‘schuimmeetkunde’; over het proces van schuim, de afzonderlijke bellen die tot schuim worden en voortdurend hergroeperen. Het boek roept soms meer vragen op dan het beantwoordt. En dat is ook precies de bedoeling van de auteur.
 
Deze recensie is geschreven door Jolanda Botke



Managementboek.nl, 23 september 2011

De klassieke hiërarchische organisatie heeft zijn langste tijd gehad. Gestoeld op macht en het creëren van angst, heeft deze organisatievorm een verlammend effect op samenwerking en creativiteit. Eric Koenen pleit in `De Atomiumorganisatie` voor de open en verbindende netwerkorganisatie. In een persoonlijk en filosofisch getint betoog laat hij zien dat de Atomiumorganisatie op vele plaatsen al werkt.

Als kleine jongen heeft Eric Koenen voor het eerst het Atomium in Brussel aanschouwd. Nu , vele jaren later, schrijft hij `De Atomiumorganisatie`, een boek waarin hij het Atomium gebruikt als metaforische tegenhanger voor de klassieke hiërarchische organisatie.

Het beeld dat Koenen schetst van de hiërarchische organisatie is meteen herkenbaar. Kenmerken als bureaucratisch, remmend op initiatief en creativiteit, sturing op basis van macht in plaats van gezag … we komen ze overal in de organisatieliteratuur tegen. Koenen zelf is zijn carrière bij Philips begonnen en maakte zo al vroeg kennis met de starheid en rituelen van een archaïsch bedrijf. Typerend voor de daar geldende gezagsverhoudingen en ronduit vermakelijk is zijn anekdote over de CVO, de Carrière Verwoestende Opmerking.

De tegenhanger van deze geestdodende en verstikkende piramideorganisatie is de fluïde, zelforganiserende en lerende netwerkorganisatie, door Koenen Atomiumorganisatie genoemd. Het is een samenwerkingsvorm waarin de waardering voor onderlinge verschillen en kwaliteiten de ruimte opent voor creativiteit, pluriformiteit, verantwoordelijkheid en integriteit.
Draaiend rond het middelpunt, en aaneengeschakeld door talloze, flexibele verbindingen en knooppunten, is de Atomiumorganisatie in staat tijdig en adequaat in te spelen op ontwikkelingen in de omgeving. Deze permanente beweging en verandering vertaalt zich ook naar de werkvloer. Balancerend tussen autonomie en afhankelijkheid halen medewerkers en management het beste uit elkaar en uit hun organisatie.

In zijn boek neemt Koenen alle ruimte voor het neerzetten van zijn Atomiumorganisatie. Met losse hand en ronddwalend in de meest uiteenlopende en curieuze uithoeken van de filosofie, psychologie, theologie, architectuur en managementwetenschap, sprokkelt hij de bouwstenen voor zijn ideale organisatie bij elkaar.

Zo krijgen we ter illustratie van de levensvatbaarheid van de Atomiumtheorie een amalgaam van voorbeelden, onderzoeken en persoonlijke ervaringen voorgeschoteld. De bonuscultuur, generatie Einstein, het nieuwe werken, frugal innovation, gedecentraliseerde energieopwekking en pijltjes gooiende chimpansees… overal ziet Koenen wel aanknopingspunten met zijn theorie.

Maar daarmee is nog niet het laatste woord gezegd. Achter de bonte facade van theorieën en praktijkgevallen zien we een auteur die zich oprecht zorgen maakt over de mores en gang van zaken in het bedrijfsleven. Iemand die zich ergert aan zaken als machtmisbruik en immoreel gedrag aan de top, de tweederangs behandeling van vrouwen, het smoren van deviante meningen, de zinloze rituelen van het vergaderen en het wijdverspreide onvermogen tot oprecht en aandachtig luisteren naar elkaar.

En daarin zit ook de kracht van het boek. Koenen heeft een bijna ontwapenend geloof in de niet-hierarchische organisatie en de positieve, verbindende kracht van mensen. Met treffende citaten en oneliners weet hij de lezer te prikkelen. De metafoor van de Atomium lijkt daarin niet meer te zijn dan het vehikel om het geheel aan elkaar te knopen.

In zijn voorwoord laat Koenen weten dat het geen boek is van tips, trucs en pasklare oplossingen. Hij wil oproepen tot het stellen van vragen. En dat is waar het boek inderdaad toe uitnodigt.

Deze recensie is geschreven door Jan Boerstra, senior organisatieadviseur en projectleider bij de provincie Flevoland.



Managementboek.nl, 25 augustus 2011

Piramidale organisaties hebben hun nut gehad en ons zeker geen windeieren gelegd. Zij zijn echter te inflexibel en te traag om met de complexiteit en dynamiek van de huidige samenleving om te kunnen gaan. Ook belemmeren zij innovatie. Of, zoals Eric Koenen het zo mooi schrijft: ‘Wie piramides bouwt...krijgt mummies.’ Hij ontwikkelde een alternatieve, metaforische manier van denken over organiseren die hij de Atomiumorganisatie noemt.
 
Koenen vergelijkt organisaties met hersenen. Niet de omvang van de grijze massa tussen onze oren bepaalt de mate van intelligentie, maar het enorme aantal verbindingen tussen de cellen. Het zijn vooral slimme, lerende organisaties die innovatief en succesvol zijn. Zij bestaan uit verbindingen van netwerken waar op verschillende plaatsen vernieuwing kan ontstaan. Top-down organisaties proberen nog steeds tevergeefs de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Terwijl slimme netwerkorganisaties juist gebaat zijn bij een diversiteit aan neuzen die bij voorkeur verschillende kanten op staan.

Het Atomium in Brussel – een 150 miljard keer vergrote ijzerkristal – gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1958 is voor de auteur een treffende metafoor voor een organisch geheel. In zijn visie is een organisatie een samenwerkingsverband van mensen die willen creëren. De focus ligt op verbindingen, verschillen en relaties en niet op structuren, procedures en een enkelvoudige cultuur. Atomiumdenken gaat over het verbinden van onafhankelijke onderdelen en mensen. Over het accepteren van de wrijving en weerstand die hieruit volgt en hoe hiermee om te gaan. Er is wel structuur en ordening, maar die is organisch, zelforganiserend en rond; niet opgelegd en vierkant. Koenen pleit voor een manier van organiseren naar de menselijke maat, die denkkracht uitdaagt en stimuleert, waardoor een zelflerend systeem ontstaat waarin mensen gaan doen wat zij weten.

De auteur gebruikt gedachtegoed van filosofen en sociologen om samen met de lezer los te komen van verstarde opvattingen over organiseren. In piramidale organisaties structureren wij met logica en vervolgens proberen we daarin iets sociaals te creëren. Probeer dat thuis maar eens! Regellogica in de vorm van competentieprofielen, functiegebouwen, prestatie-indicatoren en functioneringsgesprekken is feitelijk een uiting van ons onvermogen om het met elkaar op te lossen. De Atomiumorganisatie is geen nieuwe structuur, maar een organiserend proces dat een bewegende orde schept. De uitdaging is een proces te organiseren om te kijken naar de ontwikkelingen om ons heen, die te interpreteren met een divers samengestelde groep en ze al werkend te onderzoeken en ervan te leren. De Atomiumorganisatie is een organiserende gemeenschap waarin verschillen mogen bestaan en waarin persoonlijke verbindingen tussen buiten- en binnenwereld en in de binnenwereld onderling de kracht van de organisatie vormen.
 
Eric Koenen gebruikt beelden, metaforen, inzichten en dualiteiten die de lezer dwingen tot reflectie op de organisatie waar hij werkt. Is die geschikt voor de moderne tijd? Wat moet er veranderen, wil hij daar blijven werken? Wat kan hij zelf doen om die verandering een handje te helpen? De antwoorden staan niet in het boek, die zitten in de lezer zelf. Dat is de kracht van De Atomiumorganisatie.

Deze recensie is schreven door Nico Jong



Biblion, 27-10-2011

Drs. Eric H. Koenen ( 1958) heeft na zijn academisch studies brede ervaring opgedaan in topfuncties in het bedrijfsleven. Wat hij zag, was niet altijd bemoedigend: hiërarchisch denken, top down met veel regeltjes, brengt verstarring in plaats van een adequate reactie op een sterk veranderde bedrijfsomgeving. `Wie piramides bouwt ... krijgt mummies`. Een radicaal andere visie op organiseren en leiderschap, gesymboliseerd door het Brusselse Atomium, zet ons op de weg van fundamentele vragen. Kunstenaars als Walter Gropius en filosofen als Peter Sloterdijk kunnen helpen het denken `los te maken`. Wat dit kan betekenen voor teams en voor innovatie wordt enigszins uitgewerkt. De in een ontspannen stijl geschreven studie beweegt zich op het niveau van de  filosofische grondslagen van besturingsvraagstukken. Concrete antwoorden geeft het boek niet: die te zoeken via doorvragen is de taak van de manager zelf. De lezer dient zich door dit boek te laten stimuleren om verder na te denken over management in de eigen organisatie.

Recensent: Drs. H. Alblas



Management Scope, Augustus/September 2011

Stanford-professor Jeffrey Pfeffer opende een van zijn colleges met een lange stilte. Wat hij daarna zei, zal Eric Koenen altijd bijblijven: `Organizations... kill ... people`. Met uitzondering van een nerveuze lacher werd de zaal muisstil. `En die veelzeggende stilte lieten hij en wij meer dan vijftien minuten duren.’

Adviseur Koenen publiceert zijn nieuwe boek in de overtuiging dat goede mensen met innovatieve ideeën doodlopen in traditioneel georganiseerde bedrijven. `Oplappen helpt niet meer: meent Koenen, die voorafgaande aan zijn adviseurschap werkte bij Philips, PwC en Cofely. `Er zijn structurele aanpassingen nodig in de wijze waarop we denken over organisaties en hoe we deze bouwen en inrichten`: Koenen pleit in zijn boek voor de `atomiumorganisatie`, geïnspireerd op het Atomium in Brussel. Deze constructie van negen met elkaar verbonden bollen is volgens hem een treffende metafoor voor de organisatie die hij voor ogen heeft: `Een bestuurlijk centrum in het midden, hoge verantwoordelijkheid van de mensen in de verschillende bollen en een zeer sterk accent op de verbinding in beleid, kwaliteiten en talenten. (…) Er is wel structuur en ordening, maar die is organisch en rond, niet opgelegd en vierkant`, aldus Koenen.

De Atomiumorganisatie is een goed geschreven en relatief goed doordacht boek dat de lezer enigszins onbevredigd achterlaat. Beter dan menig ander weet Koenen managers te provoceren en inspireren, maar ook Koenen zal de grillige praktijk niet transformeren. Zijn boek was van veel meer waarde geweest als hij zijn ideeën grondiger had getoetst aan de ideeën, opvattingen en ervaringen van zijn voorgangers.

Het boek ontbeert waardevolle elementen van andere managementdenkers, laat staan tegengestelde opvattingen en mislukte experimenten. Alleen aan de celfilosofie van BSO-pionier Eckart Wintzen worden enkele magere alinea`s gewijd. Het gebrek aan reflectie op andermans werk is een slechte traditie in de managementliteratuur. Het heeft tot gevolg dat mensen als Koenen telkens een nieuw, onvolmaakt wiel uitvinden zonder dat de wankele wagen ooit vier deugdelijke wielen krijgt. En zo ploegen we voort.